We werken op onze school
met heterogene
kleutergroepen. Dit betekent dat kinderen in de leeftijd
van 4, 5 en bijna 6 bij elkaar in een groep zitten. Bij ons op school
heet de ene groep de Ster-groep
en de andere Zon-groep.
Belangrijke
argumenten voor heterogene kleutergroepen zijn :
In de
kleutergroepen werken we met basisontwikkeling. Bij basisontwikkeling
past het om met heterogene groepen te
werken, want binnen de groep is dan meer ruimte om zich aan een eigen niveau aan te
passen. Er
is een breder aanbod in een heterogene groep en een kind pakt datgene
op wat bij zijn / haar niveau past.
Je bent een keer
jongste, middelste of oudste en dat verhoogt het gevoel van
eigenwaarde. De
taalontwikkeling bij jongste en middelste kinderen krijgt een enorme
impuls, omdat de kinderen
zich kunnen optrekken aan de oudere kinderen. Juist op deze leeftijd
leren kinderen veel van elkaar. Door met heterogene groepen
te werken ligt er meer nadruk op goed overleg qua aanbod en dat is een kwaliteitsimpuls
voor het onderwijs. Kinderen leren meer
zelfstandig te werken.
De
sociaal-emotionele ontwikkeling krijgt een impuls, omdat de oudste
kinderen de jongere kinderen helpen. Er is een natuurlijke
doorgang naar groep 3 waar ook heel gedifferentieerd en zelfstandig wordt gewerkt.
De ochtend
De deur staat open vanaf 8.20 uur. Vanaf die tijd druppelen de kinderen één voor één binnen. Ze mogen direct beginnen te spelen en ze maken een keuze op het speelwerkbord. Zij weten met hoeveel kinderen ze in de diverse speelhoeken mogen. Op deze manier kunnen zij volledig zelfstandig bezig zijn. Sommige blijven nog even op hun stoel zitten en sommige komen even bij ons praten. Ook kunnen ouders dan even dingen aan ons kwijt, of soms met hun kind een puzzel maken of boekje voorlezen. Om half negen zijn de vaders, moeders, opa's, oma’s en oppassers vertrokken en tot 9 uur is iedereen op z'n eigen manier fijn bezig. We ruimen dan met elkaar op en gaan in de kring zitten om wat te vertellen. Er is dan ook even tijd voor een verhaal, een prentenboek, een lied of een opzegversje. Al naar gelang het seizoen, en dus het weer, gaan we naar buiten of naar het speellokaal. Buiten spelen ze vrij en in het speellokaal doen we vaak spelletjes of hebben we een kleutergymles met bijvoorbeeld grote ballen, banken, hoepels, pittenzakken, blokken, touwen, en gymtoestellen. We kleden ons in de klas uit en lopen op sokken naar het speellokaal. Eén van de regels die de kinderen al snel wordt aangeleerd is, dat zij niet mogen schreeuwen en rennen op de gang. Na het spelen gaan we samen fruit eten. In het kader van het bevorderen van gezond gedrag zien we graag dat de kinderen een gezond tussendoortje mee naar school nemen. We denken bijv. aan een stuk fruit of boterham. ( geen chocoladekoeken )Na het fruit eten gaan we in de klas aan het werk. De kinderen zijn onderverdeeld in groepjes met ieder een eigen kleur. Tijdens de werklessen rouleren de kleuren zodat alle kinderen in alle hoeken spelen en alle werkjes doen. We hebben zoveel activiteiten en materialen dat wij hier niet alles op kunnen noemen. Een paar speelhoeken zijn bijvoorbeeld: de bouwhoek, het grote speelhuis (huiskamer), de puzzelhoek, de verf- en tekenhoek, de taal- rekenhoek, de zandtafel en de gang. Ook gaan de kinderen werken met de computers in de klas en/of in het computerlokaal. Ook werken zij met het nieuwe touchscreen. Samen ruimen we alles weer op. De ene keer gaat dat gemakkelijker dan de andere keer, maar samen dragen we de zorg voor de klas. Daarna is er tijd voor een liedje, een verhaal, een opzegversje of een gesprek. Vervolgens halen we de jassen waarna de werkjes worden uitgedeeld. De kinderen die overblijven worden door de overblijfmoeders uit hun klassen gehaald. De middag 's Middags beginnen we in de kring. Eén van de dingen die we dan doen, is bijvoorbeeld een gesprekje naar aanleiding van heel veel verschillende dingen, maar allemaal gekoppeld aan de belevingswereld van onze kleuters. In de kring gebeuren veel taal- en rekenactiviteiten. Wij werken met de methode ‘Schatkist’ en hebben Piramide als bronnenboek. Schatkist is voorloper van Velig Leren Lezen.
We gaan daarna naar buiten of naar het speellokaal en als we weer in de klas zijn mogen de kinderen vrij spelen of iets van 's morgens afmaken. Vaak is er dan nog even tijd voor een liedje en/of verhaal en even een praatje over de dag. De onderbouwgroepen kijken ’s woensdags naar het school-tv programma Koekeloere. Om kwart over drie is de dag voorbij en mogen de kinderen naar huis. Daarna is het tijd voor de leerkrachten om onder andere de klas op te ruimen, de dag in hun logboek te schrijven en de volgende dag voor te bereiden.
De kinderen mogen om 8:20 uur de klas in om zelf óf samen met andere kinderen te werken of te spelen. Ze kunnen dan tekenen, schrijven in het letter- of woordjesschrift of iets anders uit hun la kiezen. Hierbij zitten ze rustig op hun plaats. Als de kinderen liever nog even buiten blijven, kan dat tot de bel gaat. Door het schema op het bord, weet iedereen wat we gaan doen. Om ± 8:35 uur gaan we in de kring vertellen. Daarna doen we een leergesprek of een oefenspel met letters, woorden of getallen. Daarna gaan we lezen, werken in het werkboek van Veilig Leren Lezen en oefenen met het digibord. Om 9:55 uur gaan we fruit eten en drinken. Hierna volgt de pauze. Na de pauze gaan we rekenen. We herhalen oefenstof van de vorige dag en oefenen met de nieuwe leerstof. Dan volgt het werken in de werkboeken. Dit gebeurt zelfstandig. Zowel bij taal/lezen als rekenen biedt de leerkracht extra hulp aan kinderen die moeite hebben met de oefenstof. Soms werken we in tweetallen of in groepjes. De kinderen werken zelfstandig met de speelleesset, computer, extra oefeningen van Veilig Leren Lezen, woorddoos, klikklakboekje, rekenkaarten, puzzels, luisteroefeningen, knip- en plakopdrachten uit de kieskast. We sluiten de morgen af met een verhaaltje, liedje, spelletje of een onderwerp uit de belangstellingswereld van de kinderen.
Elke woensdagmorgen beginnen we met zwemles.
De middag.
's Middags komen de kinderen om ± 13.05 uur in de klas of spelen ze tot 13.15 uur buiten op het plein. We doen taal- of rekenoefeningen. Verder gaan we schrijven in het schrijfschrift en zelfstandig werken uit de kieskast.Ook doen we aan Leefstijl, aardrijkskunde, wereldoriëntatie en verkeer, kijken we school tv of gaan we knutselen.We hebben 3 keer in de week gym onder leiding van een van de vakleerkrachten.Natuurlijk leest juf ook voor. Maar ook lezen de kinderen zelf voor aan de klas.
Vanaf 8.20 uur mogen de kinderen binnenkomen. Ze mogen even lezen, tekenen of met elkaar praten. Op maandagochtend beginnen we met gym. Op de andere ochtenden beginnen we met het leescircuit. Maandag na de gym mogen de kinderen vertellen over het weekend. Daarna komen vakken als rekenen, taal, spelling en schrijven aan bod. We eten om vijf minuten voor 10 in de klas. Om 10 uur is het pauze en gaan de kinderen naar buiten.
In groep 4 rekenen de kinderen tot 100 en leren ze de tafels t/m de tafel van 10. Met schrijven leren ze de hoofdletters. Voor het oefenen van de woordpakketten krijgen de kinderen de woordjes mee om thuis te oefenen.
De middag:
Vanaf 13.05 uur mogen de kinderen binnenkomen. ’s Middags doen we vaak wereldoriënterende vakken als aardrijkskunde, geschiedenis, biologie/ techniek en verkeer. Op woensdagmorgen en vrijdagmiddag wordt er aandacht aan creatieve vakken besteed: tekenen, handvaardigheid en muziek. In groep 4 beginnen we met het houden van spreekbeurten en boekbesprekingen. Ieder kind komt hiermee aan de beurt. Drie keer per week hebben we gym: op maandagmorgen, dinsdagmiddag en donderdagmorgen. De kinderen moeten naast hun gymkleren een handdoek meenemen want na de gymles wordt er gedoucht. De computer wordt structureel als ondersteuning bij de lessen ingezet. Voor spelling oefenen de kinderen met Ambrasoft en Bloon. Voor rekenen worden Maatwerk en Rekenweb ingezet. Bij het lezen gebruiken we de programma’s: Leesladder, Pretpark en Muiswerk.
We beginnen om half negen altijd met lezen of een kringgesprek. Dat kan een vertelkring zijn, maar ook een nieuwskring, een onderwerpskring of een meeneemkring. Ook houden de leerlingen op de ochtend een boekbespreking en/of spreekbeurt. Rond negen uur beginnen we met de verschillende taken: meestal rekenen of taal. Na de klassikale uitleg gaan de kinderen met hun werk bezig. Er is dan gelegenheid om kinderen, die iets niet goed begrijpen, extra uitleg te geven. Als het werk niet helemaal af is, wordt er in de loop van de dag nog tijd beschikbaar gesteld om het af te maken. Vijf minuten voor de aanvang van de pauze is er fruitpauze: gelegenheid om iets te eten en te drinken. Na de pauze gaan we verder met onze ochtendopdrachten bv. taal, spelling, woordenschat. Eén keer per week volgen de kinderen een verplichte schaakles.
De middag.
Het lezen gebeurt in groepjes, met maatjes, individueel of achter de computer ( dit evt. met behulp van ouders ). Aan het begrijpend lezen wordt dit jaar extra aandacht besteed. Ook de zaakvakken aardrijkskunde, geschiedenis, biologie en verkeer komen ’s middags aan de orde. Twee keer per week is er schrijfles. School TV (o.a. Nieuws uit de natuur), muziek, tekenen en handenarbeid komen regelmatig aan de orde. Bij alle vakken maken wij veelvuldig gebruik van ons Activboard en de vier computers in de klas.
Twee keer per week gaan de kinderen naar het computerlokaal, waar ze niet alleen wegwijs worden gemaakt in onderwijskundige programma’s, maar ook oefenen met de lesstof.
Drie maal per week zijn er gymlessen. Deze lessen worden gegeven door de vakleerkracht.
’s Woensdags is er boekbespreking. Eén van de kinderen heeft thuis een boek gelezen en vertelt hierover in de klas. Donderdags is er onderwerpskring. We praten dan dus over een bepaald onderwerp. Op vrijdag mogen de kinderen iets meenemen om aan de klas te laten zien. Na de kring beginnen we aan de verschillende dagtaken. Gewoonlijk staan de vakken als rekenen, taal en lezen voor de ochtend op het programma. Voor de rest van de dag komen, weer afhankelijk van de dag, verschillende andere vakken als schrijven en de zaakvakken aan de orde. De zaakvakken zijn dusdanig van opzet dat er naast de nodige uitleg ook veel tijd gestoken wordt in het zelf oplossen van problemen in de bijbehorende werkschriften. Naderhand worden de verschillende oplossingen met elkaar vergeleken en besproken. Voor taal is er nog het specifieke bordrijwoordendictee. De woorden worden thuis geleerd en ook op school geoefend in de lesjes en op de computer. Daarna volgt een signaaldictee en eventueel een controledictee. De kinderen hebben gemiddeld éénmaal in de drie weken een proefwerk topografie (provincies van Nederland). Dit wordt thuis geleerd. Op school kunnen de kinderen voor wat betreft de bordrijwoorden en topografie oefenen op de computers. Voor beide methodes is een uitgebreid computerprogramma beschikbaar.
Op de woensdagmorgen en de vrijdagmiddag krijgen de kinderen gymnastiekles. De woensdagles wordt gegeven door een vakleerkracht,op vrijdagmiddag verzorgt de klassenleerkracht de les. Voor handenarbeid wordt een middag gebruikt. Er zijn meestal groepjes van ongeveer 10 kinderen gemaakt. Zij krijgen onder leiding van een leerkracht of een ouder voor de duur van een aantal weken een bepaalde techniek aangeboden. Na deze weken gaan de kinderen wisselen en zo komen zij binnen het schooljaar met ongeveer 10 technieken in aanraking. Bovendien komen bij speciale gelegenheden als 11 november, sinterklaas, kerst en Pasen nog wat extra technieken aan de orde.
Op dinsdagmorgen krijgt een gedeelte van de klas schaakles. Dit gebeurt op vrijwillige basis.
Ook vinden wij het heel belangrijk in dat kinderen leren hoe je met elkaar omgaat in verschillende situaties. Hiervoor hebben we de methode “Leefstijl” aangeschaft. Veel onderwerpen als pesten, helpen, verdriet, geluk, hoe voel ik me, enz. komen hier aan de orde. Echter, naast deze vaste Leefstijllessen vinden we het erg belangrijk, dat op momenten waarop dit nodig is de kinderen in de kring of in andere groepjes met elkaar praten over de zaken die op dat moment belangrijk zijn.
Verder werken we veel in het documentatiecentrum. Ook hier is computerondersteuning belangrijk. In de klas staan vier computers die bij verschillende lessen als extra hulpmiddel worden ingezet. Zijn er meer computers nodig, dan gaan we naar de computerzaal.
Veel van de lessen kunnen ondersteund worden door schooltelevisielessen. Ook wordt hiervoor het digitale bord gebruikt.















